إعـــــــلان

تقليص
لا يوجد إعلان حتى الآن.

talab min alani9at

تقليص
هذا الموضوع مغلق.
X
X
  • تصفية - فلترة
  • الوقت
  • عرض
إلغاء تحديد الكل
مشاركات جديدة

  • talab min alani9at

    labnat ana fe amas lhaja likom li dawzo limtehan t9adro tfidoni brit chi jomal 9sarin n9olhom fe limtihan bach manaskatch alkol kayakad bali nhadro n9olo ay haja bhhal ik weet het niet; wrabi yjazi kol wahda bematatmanah ya rab
    sigpic

  • #2
    kantmnalk najah okhti malikti welah ywf9ek inchae alah bnesba ntalab dyalk mli dewzt mtihan ana makontch kanskot walakin magoltch ik weet het niet kont kangol 2 klmat aw hata wahd klma li 9dart n39al 3lih mohim kankolo wrah t9dri t39li hata 3la ljomla machi s3ib bezaf ama f vragen rah kay3tiwak khtiyarat okhti nti katkhtari w vragen li ma3raftihech t9dri tkoli ja aw nee hayda dirt ana whamdolah jibt 40 no9ta f logha ntemnalk kol khir okhti welah ywf9ek wtji tfrhina bnajah dyalk inchae alah

    تعليق


    • #3
      salam okhti malikiti kanatmana lik naja7 man kol kalbi ya rab lah yasar lik omorak ya rab o tfar7ina bi naja7 dyalak imkan scor rah nakso fih okatbin fi site ind ano ifi 1 vril kolchi yatbadal o lah a3lam 7ta tjibi lina akhbar mo akda inshlh lah yfar7ak ya rab

      تعليق


      • #4
        amin yarab chokran okhti hanan na9so fih wala zado fih rayabti 3lina okhti kanafta9dok o nche lah ynajah kol labnat o rabi y3in ljami3
        sigpic

        تعليق


        • #5
          sarita chokran 3la tawdih ahbiba o rabi yhafdak o ynawlak, li fbalak ya rab
          sigpic

          تعليق


          • #6
            001 Piet is 18 jaar en Jan 20 jaar, wie is ouder?
            Jan

            002 's nacht... is het dan donker of licht?
            Donker

            003 1 minuut hoeveel seconden is dat?
            60

            004 1 uur... hoeveel kwartier is het?
            Vier

            005 1 uur... hoeveel minuten is dat?
            60

            006 1 uur... is dat 60 minuten of 60 seconden?
            60 minuten

            007 2 dagen... hoeveel uur is dat?
            48

            008 Achmed is korter dan Ali... wie is er langer?
            Ali

            009 Als iets duur is moet je dan veel of weinig geld betalen?
            Veel

            010 Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk?
            Makkelijk

            011 Als iets gemakkelijk is... is het dan makkelijk of moeilijk?
            Makkelijk

            012 Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk?
            Moeilijk

            013 Als iets kookt, is het dan heet of koud?
            Heet

            014 Als iets mag is het dan toegestaan of verboden?
            Toegestaan

            015 Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen?
            Niet zien

            016 Als ik boos ben... ga ik dan lachen?
            Nee

            017 Als ik verdrietig ben, ben ik dan blij?
            Nee

            018 Als je 100 jaar bent... ben je dan jong?
            Nee

            019 Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld?
            Weinig

            020 Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen?
            veel

            021 Als je op reis gaat, blijf je dan thuis of ga je dan weg?
            Weg

            022 Als je rijk bent heb je dan veel of weinig geld ?
            Veel

            023 Als je thee zet, gebruik je dan heet water of gebruik je koud water?
            heet

            024 Als je vingers brand is dat fijn of pijnlijk?
            Pijnlijk

            025 Als ze zon schijnt is het dan mooi weer of slecht weer ?
            Mooi

            026 Ben je gezond of ziek als je de griep hebt?
            Ziek

            027 Ben je groot als je klein bent?
            Nee

            028 Bijna... is dat helemaal?
            Nee

            029 Blind... is dat anders dan doof?
            Ja

            030 Doe je een jas aan je voeten of aan je schouders?
            Schouders

            031 Doe je een pet op je hoofd?
            Ja

            032 Doe je het licht aan of in?
            Aan

            033 Doe je het licht aan of uit als het donker is?
            Aan

            034 Doe je het licht in het donker uit of aan?
            Aan

            035 Doe je sokken aan je handen?
            Nee

            036 Draag je een jas binnen of buiten?
            Buiten

            037 Een auto, heeft die twee wielen of vier wielen?
            Vier

            038 Een half uur... hoeveel minuten is dat?
            30

            039 Een neef... is dat een man of een vrouw?
            Man

            040 Eet je in de ochtend een ontbijt?
            Ja

            041 Fiets je op een rivier of op een pad?
            Pad

            042 Fluisteren... is dat zacht?
            Ja

            043 Gaat een slak snel of langzaam ?
            Langzaam

            044 Geeft een leraar les?
            Ja

            045 Gezond... is dat hetzelfde als ongezond?
            Nee

            046 Heb je heet water nodig om te koken?
            Ja

            047 Heeft de mens een lichaam?
            Ja

            048 Heeft de zee zout of zoet water?
            Zout

            049 Heeft een auto een stuur?
            Ja

            050 Heeft een boom bladeren?
            Ja

            051 Heeft een huis een huiskamer?
            Ja

            052 Heeft een leeuw benen of poten?
            Poten

            053 Heeft een man een baard?
            Ja

            054 Heeft een mens twee benen of drie benen?
            Twee

            055 Heeft een mens vier of twee voeten?
            Twee

            056 Heeft een mens vijf handen of twee handen?
            Twee

            057 Heeft een mens vijf ogen?
            Nee

            058 Heeft een paard benen of poten?
            Poten

            059 Heeft een verkeerslicht drie of zes kleuren ?
            Drie

            060 Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten?
            Drie

            061 Het is 12 uur... over twintig minuten is het?
            10 voor half 1

            062 Het is nu negen uur... over een half uur is het?
            Half 10

            063 Het is nu oktober... volgende maand is het?
            November

            064 Het is nu twee uur... over een kwartier is het...?
            Kwart over twee

            065 Het is nu vrijdag... eergisteren was het?
            Woensdag

            066 Het is nu woensdag... gisteren was het...?
            Dinsdag

            067 Het is nu zes uur... over twee uur is het...?
            8 uur

            068 Het is vandaag zaterdag... overmorgen is het...?
            maandag

            069 Hoe heet een weg boven de rivier?
            Een brug

            070 Hoe noem je de dochter van je oom?
            Nicht

            071 Hoe noem je de dochter van je tante?
            Nicht

            072 Hoe noem je de man van je zus?
            Zwager

            073 Hoe noem je de moeder van je moeder?
            Oma

            074 Hoe noem je de moeder van je moeder?
            Oma

            075 Hoe noem je de moeder van je vader?
            Oma

            076 Hoe noem je de vader van je moeder?
            opa

            077 Hoe noem je de vrouw van je broer?
            Schoonzus

            078 Hoe noem je de zoon van je oom?
            Neef

            079 Hoe noem je een meisje als ze volwassen is?
            Vrouw

            080 Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen?
            school

            081 Hoe noem je iemand die groente verkoopt?
            groenteboer of groenteman

            082 Hoe noem je iemand die niet kan zien?
            Blind

            083 Hoe noem je iemand die niets kan horen?
            doof

            084 Hoe noem je iemand die uit Nederland komt?
            Nederlander

            085 Hoe smaakt suiker?
            Zoet

            086 Hoeveel benen heeft een mens?
            Twee

            087 Hoeveel centimeter gaan er in een meter?
            Honderd

            088 Hoeveel centimeter is een meter?
            100

            089 Hoeveel dagen heeft januari?
            31

            090 Hoeveel dagen telt een week?
            7

            091 Hoeveel hoeken heeft een vijfhoek?
            Vijf

            092 Hoeveel is 10 gedeeld door 2?
            vijf

            093 Hoeveel is vier plus zes?
            Elf

            094 Hoeveel kwartier heeft een uur?
            4

            095 Hoeveel maanden heeft een jaar?
            Twaalf

            096 Hoeveel neuzen heeft een mens?
            1

            097 Hoeveel ogen heeft een mens?
            Twee

            098 Hoeveel pond gaat er in een kilo ?
            Twee

            099 Hoeveel poten heeft een tafel?
            Vier

            100 Hoeveel seizoenen heeft een jaar?
            Vier

            101 Hoeveel uur heeft een dag?
            24

            102 Hoeveel vingers heeft een mens?
            Tien

            103 Hoeveel voeten heb je?
            Twee

            104 Hoeveel voeten heeft een mens?
            Twee

            105 Hoeveel wieken heeft een molen?
            Vier

            106 Hoeveel wielen heeft een auto?
            Vier

            107 Hoeveel zijden heeft een driehoek?
            drie

            108 Iemand met een hoog salaris verdient hij veel of weinig?
            Veel

            109 Iemand met een laag salaris verdient hij veel of weinig?
            Weinig

            110 In de winter doe je het raam open of dicht?
            Dicht

            111 In welk seizoen schijnt de zon het meest?
            Zomer

            112 In welke maand is het kerst?
            December

            113 Is 35 minder dan 40?
            Ja

            114 Is de basisschool voor volwassenen?
            Nee

            115 Is de herfst kouder dan de zomer?
            Ja

            116 Is de nacht licht of donker?
            Donker

            117 Is de zon rond of vierkant?
            Rond

            118 Is de zon warm of koud?
            Warm

            119 Is een appel gezond?
            Ja

            120 Is een appel groente of fruit?
            Fruit

            121 Is een auto om in te rijden, of om te koken?
            Te rijden

            122 Is een berg hoog of laag?
            Hoog

            123 Is een bloemkool groente of fruit?
            Groente

            124 Is een broek kleding?
            Ja

            125 Is een dag langer dan een jaar?
            Nee

            126 Is een dame een man of een vrouw?
            Vrouw

            127 Is een flat laag of hoog?
            Hoog

            128 Is een gezicht vierkant?
            Nee

            129 Is een heer een man of een vrouw?
            Man

            130 Is een hengst een man of een vrouw?
            Man

            131 Is een hond paars?
            Nee

            132 Is een huis een gebouw?
            Ja

            133 Is een jongen een man of een vrouw?
            man

            134 Is een jurk voor een meisje of een jongen?
            Meisje

            135 Is een jurk voor mannen of voor vrouwen?
            Voor vrouwen

            136 Is een kerk een gebouw of een poort?
            Een gebouw

            137 Is een kerk een gebouw of een poort?
            gebouw

            138 Is een kind van 8 jaar volwassen?
            Nee

            139 Is een kip een man of een vrouw?
            Vrouw

            140 Is een koe een mens of een dier?
            Dier

            141 Is een lammetje ouder dan een schaap?
            Nee

            142 Is een merrie een man of een vrouw?
            Vrouw

            143 Is een opa oud of jong?
            Oud

            144 Is een oven om te koken of om te bakken?
            Bakken

            145 Is een pannekoek rond of vierkant?
            Rond

            146 Is een peer groente of fruit?
            Fruit

            147 Is een peer groente?
            Nee

            148 Is een schaap jonger dan een lammetje?
            Nee

            149 Is een sinaasappel paars of oranje?
            Oranje

            150 Is een stier een man of een vrouw?
            Man

            151 Is een taart zoet of zuur ?
            Zoet

            152 Is een tomaat fruit?
            Nee

            153 Is een toren laag of hoog?
            Hoog

            154 Is een toren laag?
            Nee

            155 Is een trein een vervoersmiddel?
            Ja

            156 Is een trui kleding?
            Ja

            157 Is een wortel oranje?
            Ja

            158 Is eenvoudig hetzelfde als makkelijk?
            Ja

            159 Is gras groen?
            Ja

            160 Is het in de nacht licht of donker?
            donker

            161 Is iemand die hoofdpijn heeft ziek?
            Ja

            162 Is ijs warm of koud?
            koud

            163 Is Jan een jongen?
            Ja

            164 Is Jan een naam of een land?
            Een naam

            165 Is jan een voornaam of een achternaam?
            Voornaam

            166 Is januari een dag of een maand?
            Maand

            167 Is januari een seizoen?
            Nee

            168 Is je broer een man of een vrouw?
            Man

            169 Is je moeder een man of een vrouw?
            Vrouw

            170 Is je neefje een jongen of een meisje?
            Jongen

            171 Is je nicht de zoon van je tante?
            Nee

            172 Is je nicht een man of een vrouw?
            Vrouw

            173 Is leraar een beroep?
            Ja

            174 Is moeder een beroep?
            Nee

            175 Is oktober een seizoen of een maand?
            Maand

            176 Is oma een mens of een dier?
            Mens

            177 Is opa een man of een vrouw?
            Man

            178 Is Parijs een stad of een land?
            Stad

            179 Is roken gezond of ongezond?
            Ongezond

            180 Is snoep gezond?
            Nee

            181 Is sporten gezond of ongezond?
            Gezond

            182 Is sporten gezond?
            Ja

            183 Is tekenen een hobby of een beroep?
            Hobby

            184 Is twintig minuten langer dan 30 minuten?
            Nee

            185 Is vlees om te drinken?
            Nee

            186 Is water uit een sloot gezond?
            Nee

            187 Is water vast of vloeibaar?
            Vloeibaar

            188 Is woensdag een dag of een maand?
            Dag

            189 Is zondag een werkdag?
            Nee

            190 Is zuurkool groente of fruit?
            Groente

            191 Jan is ouder dan Piet. Wie is het jongst?
            Piet

            192 Kan een baby praten?
            Nee

            193 Kan een eend in het water zwemmen?
            Ja

            194 Kan een haan een ei leggen?
            nee

            195 Kan een kip zwemmen?
            Nee

            196 Kan een paard hinniken of blaffen?
            Hinniken

            197 Kan een paard mekkeren?
            Nee

            198 Kan een paard vliegen?
            Nee

            199 Kan een stier melk geven?
            Nee

            200 Kan een vis zwemmen?
            Ja

            201 Kan een vliegtuig vliegen?
            Ja

            202 Kan iemand die blind is zien?
            Nee

            203 Kan ik met een bril kijken?
            Ja

            204 Kan je met een boot varen of vliegen?
            Varen

            205 Kan je schaatsen als het koud is, of warm?
            Koud

            206 Kapot... is dat heel of stuk?
            Stuk

            207 Kerst is dat in september of december?
            December

            208 Kim is 18 jaar en Peter is 32 jaar wie is er ouder?
            Peter

            209 Kim is langer dan peter... is kim het langst?
            Ja

            210 Komt er uit de kraan alleen warm water?
            Nee

            211 Kruipen... is dat snel of langzaam?
            Langzaam

            212 Kun je in een supermarkt kleren kopen?
            Nee

            213 Kun je kleren eten?
            Nee

            214 Kun je koek eten of drinken?
            Eten

            215 Kun je melk eten of drinken?
            Drinken

            216 Kun je met een auto rijden of vliegen?
            Rijden

            217 Kun je met een lepel eten?
            Ja

            218 Kun je met een mond zien of praten?
            Praten

            219 Kun je met een neus ruiken of zien?
            Ruiken

            220 Kun je met een vliegtuig vliegen?
            Ja

            221 Kun je met geld betalen?
            Ja

            222 Kun je op een stoel zitten?
            Ja

            223 Kun je rijst eten of drinken?
            Eten

            224 Kun je schaatsen als het koud is, of warm?
            Koud

            225 Kunnen vogels vliegen of rijden?
            Vliegen

            226 Legt een haan een ei?
            Nee

            227 Mijn ouders hebben elf kinderen... hebben wij een klein gezin?
            Nee

            228 Mijn vader is langer dan mijn moeder... wie is het langst?
            Vader

            229 Noem een werkdag...
            maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag

            230 Nu is het maandag, welke dag was het gisteren?
            Zondag

            231 Piet is dunner dan Jan... wie is het dikst?
            Jan

            232 Regen, is dat nat of droog?
            Nat

            233 Renate is 15 en Anne is 13... wie is er jonger?
            Anne

            234 Rennen... is dat snel of langzaam?
            Snel

            235 Sandra is zwaarder dan Kim... wie is het lichtst?
            Kim

            236 Schaatsen... doe je dat als het koud is?
            Ja

            237 Schijnt de zon 's nachts of overdag?
            Overdag

            238 Schijnt de zon in de nacht?
            Nee

            239 Schijnt de zon overdag?
            Ja

            240 Schreeuwen is dat hard of zacht?
            Hard

            241 Schrijf je met een pen of een berg?
            Pen

            242 Slapen doe je in een...
            bed

            243 Sneeuwt het in de winter of in de lente?
            Winter

            244 Sneeuwt het in de winter of in de zomer?
            Winter

            245 Staat een oven in de keuken?
            Ja

            246 Tim is korter dan Jan... wie is het langst?
            Jan

            247 Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga?
            Buiten

            248 Valt er sneeuw in de zomer?
            Nee

            249 Van welk dier komt wol?
            Schaap

            250 Vandaag is het vrijdag... overmorgen is het?
            Zondag

            251 Waar ga je naar toe als je ziek bent?
            De dokter

            252 Waar ga je naar toe als je ziek bent?
            Ziekenhuis

            253 Waar koop je kleren?
            Winkel

            254 Waar moet je in de winkel betalen?
            Cassa

            255 Waar overnacht je als je op reis ben, thuis of in een hotel?
            Hotel

            256 Waar woon je?
            Lima

            257 Waar woont een koning?
            Paleis

            258 Waar woont u?
            ik woon in ... lima

            259 Waar zijn meer dieren in het museum of in de boerderij?
            Boerderij

            260 Waarvan wordt brood gebakken?
            Meel

            261 Wanneer is de lunch?
            's Middags

            262 Wanneer wordt je meestal wakker, 's-ochtends of 's-avonds ?
            's ochtends

            263 Warmte... is dat droog of nat?
            Droog

            264 Wat doe je aan je voeten?
            Schoenen

            265 Wat doe je aan onder jou schoenen?
            Sokken

            266 Wat doe je buiten aan als het koud is?
            Jas

            267 Wat doe je in bad?
            Wassen

            268 Wat doe je in de keuken?
            Koken

            269 Wat doe je in een bed?
            Slapen

            270 Wat doe je in een keuken?
            Koken

            271 Wat doe je in een slaapkamer?
            Slapen

            272 Wat doe je in je portemonnee?
            geld

            273 Wat doe je met een boek?
            Lezen

            274 Wat doe je met een bril?
            Kijken

            275 Wat doe je met een glas?
            Drinken

            276 Wat doe je met een handoek?
            Drogen

            277 Wat doe je met een kam?
            Kammen

            278 Wat doe je met een lepel?
            Eten

            279 Wat doe je met een mes?
            snijden

            280 Wat doe je met een nagelschaar?
            Nagels knippen

            281 Wat doe je met een neus?
            Ruiken

            282 Wat doe je met een oven?
            bakken

            283 Wat doe je met een pen?
            Schrijven

            284 Wat doe je met een schaar?
            knippen

            285 Wat doe je met een vork?
            Eten

            286 Wat doe je met een vork?
            Prikken

            287 Wat doe je met een weegschaal?
            Wegen

            288 Wat doe je met je mond?
            Eten

            289 Wat doe je met je mond?
            praten

            290 Wat doe je met je oren?
            Horen

            291 Wat doe je met speelgoed?
            Spelen

            292 Wat doen kinderen in een speeltuin?
            Spelen

            293 Wat doen kinderen op school?
            Studeeren

            294 Wat doet een bakker, brood bakken of melk maken?
            Brood bakken

            295 Wat doet een bakker?
            Brood bakken

            296 Wat doet een geit?
            Mekkeren

            297 Wat doet een hond?
            Blaffen

            298 Wat doet een paard?
            Hinniken

            299 Wat doet een poes?
            Miauwen

            300 Wat doet een schilder?
            Schilderen

            301 Wat doet een vogel?
            Vliegen

            302 Wat een kun je met een videocamera?
            Filmen

            303 Wat gebeurt er met sneeuw als het warm wordt?
            Smelt

            304 Wat gebeurt met sneeuw als het warm is?
            Smelt

            305 Wat gebruik je met een spijker, een hamer of een pan?
            Hamer

            306 Wat geeft een koe?
            Melk

            307 Wat heb je nodig om te strijken?
            Strijkijzer

            308 Wat is de eerste dag van de week?
            Maandag

            309 Wat is de eerste maand van het jaar?
            Januari

            310 Wat is de laatste dag van de week?
            Zondag

            311 Wat is duurder... een trui van 15 euro of 30 euro?
            30 euro

            312 Wat is eerder... acht uur of half negen?
            Acht uur

            313 Wat is gezonder een sinaasappel of chocola?
            Sinaasappel

            314 Wat is gezonder melk of limonade?
            Melk

            315 Wat is gezonder snoep of fruit?
            Fruit

            316 Wat is gezonder... patat of een peer?
            Peer

            317 Wat is groter een kip of een schaap ?
            Schaap

            318 Wat is groter een muis of een konijn?
            Konijn

            319 Wat is groter, een boom of een plant?
            boom

            320 Wat is groter, een paard of een hond?
            Paard

            321 Wat is harder... schreeuwen of fluisteren?
            Schreeuwen

            322 Wat is kleiner een auto of een vliegtuig?
            Auto

            323 Wat is korter een jaar of een dag?
            Een dag

            324 Wat is korter een kwartier of vijf minuten?
            Vijf minuten

            325 Wat is korter... en jaar of een dag?
            Een dag

            326 Wat is langer een been of een arm?
            been

            327 Wat is langer een uur of 60 minuten?
            Even lang

            328 Wat is langer een uur of een kwartier?
            Uur

            329 Wat is later 12 uur of half 11?
            Twaalf uur

            330 Wat is later, half acht of acht uur ?
            Acht uur

            331 Wat is meer, een ons koekjes of 100 gram?
            Dezelfde

            332 Wat is meer, vijf euro of twee euro?
            Vijf euro

            333 Wat is meer, zeven euro of negen euro?
            Negen euro

            334 Wat is meer... 64 euro of 65 euro?
            65

            335 Wat is minder 50 euro of 15 euro?
            15

            336 Wat is minder, twintig euro of vijftien euro?
            Vijftien euro

            337 Wat is minder... 24 euro of 11 euro?
            11 euro

            338 Wat is sneller... rennen of kruipen?
            Rennen

            339 Wat is warmer, de zomer of de winter?
            Zomer

            340 Wat is zoet, suiker of zout?
            Suiker

            341 Wat is zwaarder, een kilo of een pond?
            Kilo

            342 Wat is zwaarder, een ons boter of een ons meel?
            Dezelfde

            343 Wat is zwaarder, een pond gehakt of 500 gram?
            Dezelfde

            344 Wat kan een vis?
            Zwemmen

            345 Wat kan een vliegtuig?
            Vliegen

            346 Wat komt eerder, dinsdag of donderdag ?
            Dinsdag

            347 Wat komt er na acht?
            Negen

            348 Wat komt er na de lente?
            Zomer

            349 Wat komt er na de zomer?
            Herfst

            350 Wat komt uit de kraan?
            water

            351 Wat kun je doen met een mes?
            snijden

            352 Wat kun je in een vaas zetten?
            Bloemen

            353 Wat kun je met een auto?
            Rijden

            354 Wat kun je met een fluit?
            Fluiten

            355 Wat kun je met een potlood?
            Schrijven

            356 wat kun je met een potlood?
            Tekenen

            357 Wat kun je met een telefoon?
            Bellen

            358 Wat kun je met een videocamera?
            Filmen

            359 Wat kun je met een vork?
            eten

            360 Wat kun je met geld?
            Betalen

            361 Wat kun je op een stoel?
            Zitten

            362 Wat legt een ei?
            Kip

            363 Wat maak je met een fototoestel?
            Foto's

            364 Wat maakt een fietsenmaker?
            Fietsen

            365 Wat noem je jou vader en jou moeder sammen?
            Ouders

            366 Wat noemen we het weekend?
            Zaterdag en zondag

            367 Wat smaakt zoet suiker of zout?
            suiker

            368 Wat stroomt er in de rivier?
            Water

            369 Wat verkoopt een groenteman?
            Groenten

            370 Wat wordt er op 5 december gevierd?
            Sinterklaas

            371 Wat zet je in een vaas?
            Bloemen

            372 Wat zit er in je portemonnee?
            geld

            373 Wat zwemt in water, een vis of een kip?
            Vis

            374 Welk dier blaft?
            Hond

            375 Welk dier legt eieren?
            Kip

            376 Welk getal is groter... 55 of 65?
            65

            377 Welk getal komt na 19?
            20

            378 Welk getal komt na 65?
            66

            379 Welk getal komt voor 15?
            14

            380 Welk seizoen is het koudst?
            Winter

            381 Welk seizoen is het warmst?
            De Zomer

            382 Welk seizoen is kouder... de herfst of de lente?
            De herfst

            383 Welk seizoen komt na de lente?
            Zomer

            384 Welke dag komt er na donderdag?
            Vrijdag

            385 Welke dag komt voor donderdag?
            Woensdag

            386 Welke dag komt voor zondag?
            Maandag

            387 Welke kleur heeft bloed?
            Rood

            388 Welke kleur heeft de lucht?
            Blauw

            389 Welke kleur heeft een aardbei?
            Rood

            390 Welke kleur heeft een banaan?
            Geel

            391 Welke kleur heeft een tomaat?
            Rood

            392 Welke kleur heeft gras?
            Groen

            393 Welke kleur heeft sneeuw?
            Wit

            394 Welke maand komt er voor April?
            Maart

            395 Welke maand komt na augustus?
            september

            396 Welke maand komt na januari?
            februari

            397 Welke maand komt na mei?
            Juni

            398 Welke maand komt voor december?
            November

            399 Welke maand komt voor mei?
            April

            400 Wie woont er op een boerderij?
            boer

            401 Wie zorgt voor de molen?
            Molenaar

            402 Word je van patat dik?
            Ja

            403 Wordt iets duurder met korting?
            Nee

            404 Wordt iets goedkoper met korting?
            Ja

            405 Zien alle mensen er hetzelfde uit?
            Nee

            406 Zijn dieren hetzelfde als mensen?
            Nee

            407 Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid?
            Ja

            408 Zijn groenten gezond?
            Ja

            409 Zijn oorbellen sieraden?
            Ja

            410 Zijn schoenen om te lopen of om te drinken?
            Lopen

            411 Zijn wielen rond of vierkant?
            rond

            تعليق


            • #7
              http://www.buitenlandsepartner.nl/oefenmateriaal/
              هادا فيه كلشي ديال لمتيحان

              تعليق

              المتواجدون الآن 1. الأعضاء 0 والزوار 1.

              أكبر تواجد بالمنتدى كان 2,525, 26-09-2016 الساعة 21:58.

              يعمل...
              X