إعـــــــلان

تقليص
لا يوجد إعلان حتى الآن.

exemple examen la meme

تقليص
X
  • تصفية - فلترة
  • الوقت
  • عرض
إلغاء تحديد الكل
مشاركات جديدة

  • exemple examen la meme

    Nazeggen.

    U hoort steeds een zin, zeg de zin precies na, bijvoorbeeld, een stem zegt "Dat is een mooi verhaal", en U zegt "Dat is een mooi verhaal".

    Nu is het uw beurt.

    Luister naar de zin en zeg precies na wat u hoort.

    Heb je een pen bij je.
    Het is niet helemaal gegaan zoals we verwacht hadden.
    Wie is er aan de beurt ?
    Dat kan iedereen wel zeggen.
    Dat was een pijnlijke vergissing.
    Als we tenminste op tijd zijn.
    Ik weet niet hoe dat kon gebeuren.
    het moet in januari klaar zijn.
    We gaan daar de volgende les mee verder.
    Door de harde regen zijn veel planten beschadigd.
    Heb je terug van vijftig ?

    DEEL B.

    Vragen.

    U hoort steeds een korte vraag, geef op elke vraag een kort antwoord, bijvoorbeeld, een stem zegt "Is Januari een dag of een maand ?", en u zegt "Maand" of "Een maand".
    Of u hoort : "Een auto, heeft die twee wielen of vier wielen ?", en u zegt "Vier" of "vier wielen".

    Nu is het uw beurt.

    Luister naar de vraag en geef dan antwoord.

    Is een auto om in te rijden of in te koken ?
    Wat kun je doen met een mes ?
    Is een kerk een gebouw of een poort ?
    Hoe noem je iemand die niets kan horen ?
    Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen ?
    Wie woont er op een boerderij ?
    Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen ?
    Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk ?
    Kun je melk eten of drinken ?
    Wat is langer, een arm of een been ?
    Fiets je op een rivier of op een pad ?
    Een (1) uur hoeveel kwartier is dat ?

    DEEL C.

    Nazeggen.

    U hoort weer zinnen. Zeg elke zin weer precies na, bijvoorbeeld, een stem zegt "Dat is een mooi verhaal, en U zegt "Dat is een mooi verhaal".

    Nu is het uw beurt.

    Luister naar de zin en zeg precies na wat u hoort.

    Ik moet een nieuwe bril.
    Dat kan wel kloppen.
    Dat kun je op je vingers natellen.
    De aardappels zijn op.
    we zien geen oplossing voor uw probleem.
    Hij gaat ieder weekend vissen.
    Hij moet het wat rustiger aan gaan doen.
    De volgende keer betaal ik.
    Daar heb ik nog nooit van gehoord.
    Twee is teveel

    DEEL D.

    Tegenstellingen.

    U hoort steeds een woord. U zegt het tegenovergestelde, bijvoorbeeld, u hoort "Hoog", dan zegt u "Laag".
    Of u hoort "Niet", dan zegt u "Wel".

    Nu is het uw beurt.

    Luister naar het woord, en zeg het tegengestelde woord.

    Arm.
    Laatste.
    Gister.
    Liefde.
    vader.
    Erna.
    Ochtend.
    Oorlog.
    Achterin.

    DEEL E.

    Verhalen navertellen.

    U hoort korte verhalen. U moet het verhaal navertellen, u krijgt daarvoor 30 seconden.

    vertel zoveel mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan : "Wie deden er mee ? Wat gebeurde er ? Waar was het ? En hoe liep het af ?"

    Vincent wil niet naar school, "maar", zegt zijn moeder, "school is belangrijk als je goed werk wilt vinden en geld wilt verdienen".
    Zijn vader zegt "het is toch leuk om al je vriendjes te zien op school". Maar Vincent wil geen geld verdienen,
    en hij heeft niet zoveel vriendjes. Hij gaat naar de haven om naar de boten te kijken, hij droomt van verre landen.

    Op het strand staat een harde wind, Henk en Jan zijn aan het voetballen, vlakbij ligt een man op het strand te slapen.
    Jan schiet de bal naar Henk, maar door de wind gaat het mis. De bal komt op het hoofd van de man terecht, de man schrikt wakker en roept
    heel boos "Jongens kijk nou toch eens uit !", Henk en Jan zeggen "Sorry meneer, het kwam door de wind", "Oh" zegt de man, "dan is het niet
    erg, mag ik ook meespelen, ik ben nu toch wakker".

    Renate is bang voor vliegtuigen, ze durft niet te vliegen. Ze is zelfs bang voor een vliegtuig dat over komt vliegen.
    Haar moeder vertelt dat Renate, toen ze klein was, ook al bang was voor vliegtuigen. Als er een vliegtuig over kwam vliegen
    dook ze altijd onder de tafel of onder een stoel.

    Dank u voor het bellen, u kunt nu ophangen

  • #2
    waaw exacte bhal examen nefso
    merci hanan
    bghit n3rf menin jebtih
    had l examen

    تعليق


    • #3
      salam khti ranim rani lkayto fi wahad site khas bi nas hollanda chi wahad katbo kal dawaz examen ohada howa examen ana nkalto likom bash nastafdo orah dart lih mokarana m3a hadak site li kanat 3atya okhti fi mvv rah bhalo idan hadchi kaybayan bi ana hadak site khasna n7afdoh mazyn hadak howa examen

      تعليق


      • #4
        ana ghadi na3tikom jami3 vragen li khas t7afdohom man hom kay7ato fi exmane
        001Piet is 18 jaar en Jan 20 jaar, wie is ouder?
        Jan
        002's nacht... is het dan donker of licht?
        Donker
        0031 minuut hoeveel seconden is dat?
        60
        0041 uur... hoeveel kwartier is het?
        Vier
        0051 uur... hoeveel minuten is dat?
        60
        0061 uur... is dat 60 minuten of 60 seconden?
        60 minuten
        0072 dagen... hoeveel uur is dat?
        48
        008Achmed is korter dan Ali... wie is er langer?
        Ali
        009Als iets duur is moet je dan veel of weinig geld betalen?
        Veel
        010Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk?
        Makkelijk
        011Als iets gemakkelijk is... is het dan makkelijk of moeilijk?
        Makkelijk
        012Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk?
        Moeilijk
        013Als iets kookt, is het dan heet of koud?
        Heet
        014Als iets mag is het dan toegestaan of verboden?
        Toegestaan
        015Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen?
        Niet zien
        016Als ik boos ben... ga ik dan lachen?
        Nee
        017Als ik verdrietig ben, ben ik dan blij?
        Nee
        018Als je 100 jaar bent... ben je dan jong?
        Nee
        019Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld?
        Weinig
        020Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen?
        veel
        021Als je op reis gaat, blijf je dan thuis of ga je dan weg?
        Weg
        022Als je rijk bent heb je dan veel of weinig geld ?
        Veel
        023Als je thee zet, gebruik je dan heet water of gebruik je koud water?
        heet
        024Als je vingers brand is dat fijn of pijnlijk?
        Pijnlijk
        025Als ze zon schijnt is het dan mooi weer of slecht weer ?
        Mooi
        026Ben je gezond of ziek als je de griep hebt?
        Ziek
        027Ben je groot als je klein bent?
        Nee
        028Bijna... is dat helemaal?
        Nee
        029Blind... is dat anders dan doof?
        Ja
        030Doe je een jas aan je voeten of aan je schouders?
        Schouders
        031Doe je een pet op je hoofd?
        Ja
        032Doe je het licht aan of in?
        Aan
        033Doe je het licht aan of uit als het donker is?

        تعليق


        • #5
          033Doe je het licht aan of uit als het donker is?
          Aan
          034Doe je het licht in het donker uit of aan?
          Aan
          035Doe je sokken aan je handen?
          Nee
          036Draag je een jas binnen of buiten?
          Buiten
          037Een auto, heeft die twee wielen of vier wielen?
          Vier
          038Een half uur... hoeveel minuten is dat?
          30
          039Een neef... is dat een man of een vrouw?
          Man
          040Eet je in de ochtend een ontbijt?
          Ja
          041Fiets je op een rivier of op een pad?
          Pad
          042Fluisteren... is dat zacht?
          Ja
          043Gaat een slak snel of langzaam ?
          Langzaam
          044Geeft een leraar les?
          Ja
          045Gezond... is dat hetzelfde als ongezond?
          Nee
          046Heb je heet water nodig om te koken?
          Ja
          047Heeft de mens een lichaam?
          Ja
          048Heeft de zee zout of zoet water?
          Zout
          049Heeft een auto een stuur?
          Ja
          050Heeft een boom bladeren?
          Ja
          051Heeft een huis een huiskamer?
          Ja
          052Heeft een leeuw benen of poten?
          Poten
          053Heeft een man een baard?
          Ja
          054Heeft een mens twee benen of drie benen?
          Twee
          055Heeft een mens vier of twee voeten?
          Twee
          056Heeft een mens vijf handen of twee handen?
          Twee
          057Heeft een mens vijf ogen?
          Nee
          058Heeft een paard benen of poten?
          Poten
          059Heeft een verkeerslicht drie of zes kleuren ?
          Drie
          060Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten?
          Drie
          061Het is 12 uur... over twintig minuten is het?
          10 voor half 1
          062Het is nu negen uur... over een half uur is het?
          Half 10
          063Het is nu oktober... volgende maand is het?
          November
          064Het is nu twee uur... over een kwartier is het...?
          Kwart over twee
          065Het is nu vrijdag... eergisteren was het?
          Woensdag
          066Het is nu woensdag... gisteren was het...?
          Dinsdag
          067Het is nu zes uur... over twee uur is het...?
          8 uur
          068Het is vandaag zaterdag... overmorgen is het...?
          maandag
          069Hoe heet een weg boven de rivier?
          Een brug
          070Hoe noem je de dochter van je oom?

          تعليق


          • #6
            070Hoe noem je de dochter van je oom?
            Nicht
            071Hoe noem je de dochter van je tante?
            Nicht
            072Hoe noem je de man van je zus?
            Zwager
            073Hoe noem je de moeder van je moeder?
            Oma
            074Hoe noem je de moeder van je moeder?
            Oma
            075Hoe noem je de moeder van je vader?
            Oma
            076Hoe noem je de vader van je moeder?
            opa
            077Hoe noem je de vrouw van je broer?
            Schoonzus
            078Hoe noem je de zoon van je oom?
            Neef
            079Hoe noem je een meisje als ze volwassen is?
            Vrouw
            080Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen?
            school
            081Hoe noem je iemand die groente verkoopt?
            groenteboer of groenteman
            082Hoe noem je iemand die niet kan zien?
            Blind
            083Hoe noem je iemand die niets kan horen?
            doof
            084Hoe noem je iemand die uit Nederland komt?
            Nederlander
            085Hoe smaakt suiker?
            Zoet
            086Hoeveel benen heeft een mens?
            Twee
            087Hoeveel centimeter gaan er in een meter?
            Honderd
            088Hoeveel centimeter is een meter?
            100
            089Hoeveel dagen heeft januari?
            31
            090Hoeveel dagen telt een week?
            7
            091Hoeveel hoeken heeft een vijfhoek?
            Vijf
            092Hoeveel is 10 gedeeld door 2?
            vijf
            093Hoeveel is vier plus zes?
            Elf
            094Hoeveel kwartier heeft een uur?
            4
            095Hoeveel maanden heeft een jaar?
            Twaalf
            096Hoeveel neuzen heeft een mens?
            1
            097Hoeveel ogen heeft een mens?
            Twee
            098Hoeveel pond gaat er in een kilo ?
            Twee
            099Hoeveel poten heeft een tafel?
            Vier
            100Hoeveel seizoenen heeft een jaar?
            Vier
            101Hoeveel uur heeft een dag?
            24
            102Hoeveel vingers heeft een mens?
            Tien
            103Hoeveel voeten heb je?
            Twee
            104Hoeveel voeten heeft een mens?
            Twee

            تعليق


            • #7
              105Hoeveel wieken heeft een molen?
              Vier
              106Hoeveel wielen heeft een auto?
              Vier
              107Hoeveel zijden heeft een driehoek?
              drie
              108Iemand met een hoog salaris verdient hij veel of weinig?
              Veel
              109Iemand met een laag salaris verdient hij veel of weinig?
              Weinig
              110In de winter doe je het raam open of dicht?
              Dicht
              111In welk seizoen schijnt de zon het meest?
              Zomer
              112In welke maand is het kerst?
              December
              113Is 35 minder dan 40?
              Ja
              114Is de basisschool voor volwassenen?
              Nee
              115Is de herfst kouder dan de zomer?
              Ja
              116Is de nacht licht of donker?
              Donker
              117Is de zon rond of vierkant?
              Rond
              118Is de zon warm of koud?
              Warm
              119Is een appel gezond?
              Ja
              120Is een appel groente of fruit?
              Fruit
              121Is een auto om in te rijden, of om te koken?
              Te rijden
              122Is een berg hoog of laag?
              Hoog
              123Is een bloemkool groente of fruit?
              Groente
              124Is een broek kleding?
              Ja
              125Is een dag langer dan een jaar?
              Nee
              126Is een dame een man of een vrouw?
              Vrouw
              127Is een flat laag of hoog?
              Hoog
              128Is een gezicht vierkant?
              Nee
              129Is een heer een man of een vrouw?
              Man
              130Is een hengst een man of een vrouw?
              Man
              131Is een hond paars?
              Nee
              132Is een huis een gebouw?
              Ja
              133Is een jongen een man of een vrouw?
              man
              134Is een jurk voor een meisje of een jongen?
              Meisje
              135Is een jurk voor mannen of voor vrouwen?
              Voor vrouwen
              136Is een kerk een gebouw of een poort?
              Een gebouw
              137Is een kerk een gebouw of een poort?
              gebouw
              138Is een kind van 8 jaar volwassen?
              Nee
              139Is een kip een man of een vrouw?
              Vrouw
              140Is een koe een mens of een dier?
              Dier
              141Is een lammetje ouder dan een schaap?
              Nee
              142Is een merrie een man of een vrouw?
              Vrouw
              143Is een opa oud of jong?
              Oud
              144Is een oven om te koken of om te bakken?
              Bakken
              145Is een pannekoek rond of vierkant?
              Rond
              146Is een peer groente of fruit?
              Fruit
              147Is een peer groente?
              Nee
              148Is een schaap jonger dan een lammetje?
              Nee
              149Is een sinaasappel paars of oranje?
              Oranje
              150Is een stier een man of een vrouw?

              تعليق


              • #8
                150Is een stier een man of een vrouw?
                Man
                151Is een taart zoet of zuur ?
                Zoet
                152Is een tomaat fruit?
                Nee
                153Is een toren laag of hoog?
                Hoog
                154Is een toren laag?
                Nee
                155Is een trein een vervoersmiddel?
                Ja
                156Is een trui kleding?
                Ja
                157Is een wortel oranje?
                Ja
                158Is eenvoudig hetzelfde als makkelijk?
                Ja
                159Is gras groen?
                Ja
                160Is het in de nacht licht of donker?
                donker
                161Is iemand die hoofdpijn heeft ziek?
                Ja
                162Is ijs warm of koud?
                koud
                163Is Jan een jongen?
                Ja
                164Is Jan een naam of een land?
                Een naam
                165Is jan een voornaam of een achternaam?
                Voornaam
                166Is januari een dag of een maand?
                Maand
                167Is januari een seizoen?
                Nee
                168Is je broer een man of een vrouw?
                Man
                169Is je moeder een man of een vrouw?
                Vrouw
                170Is je neefje een jongen of een meisje?
                Jongen
                171Is je nicht de zoon van je tante?
                Nee
                172Is je nicht een man of een vrouw?
                Vrouw
                173Is leraar een beroep?
                Ja
                174Is moeder een beroep?
                Nee
                175Is oktober een seizoen of een maand?
                Maand
                176Is oma een mens of een dier?
                Mens
                177Is opa een man of een vrouw?
                Man
                178Is Parijs een stad of een land?
                Stad
                179Is roken gezond of ongezond?
                Ongezond
                180Is snoep gezond?
                Nee
                181Is sporten gezond of ongezond?
                Gezond
                182Is sporten gezond?
                Ja
                183Is tekenen een hobby of een beroep?
                Hobby
                184Is twintig minuten langer dan 30 minuten?
                Nee
                185Is vlees om te drinken?
                Nee
                186Is water uit een sloot gezond?
                Nee
                187Is water vast of vloeibaar?
                Vloeibaar
                188Is woensdag een dag of een maand?
                Dag
                189Is zondag een werkdag?
                Nee
                190Is zuurkool groente of fruit?
                Groente
                191Jan is ouder dan Piet. Wie is het jongst?
                Piet
                192Kan een baby praten?
                Nee
                193Kan een eend in het water zwemmen?
                Ja
                194Kan een haan een ei leggen?
                nee
                195Kan een kip zwemmen?
                Nee
                196Kan een paard hinniken of blaffen?
                Hinniken
                197Kan een paard mekkeren?
                Nee
                198Kan een paard vliegen?
                Nee
                199Kan een stier melk geven?
                Nee
                200Kan een vis zwemmen?
                Ja
                201Kan een vliegtuig vliegen?
                Ja
                202Kan iemand die blind is zien?
                Nee
                203Kan ik met een bril kijken?
                Ja
                204Kan je met een boot varen of vliegen?
                Varen
                205Kan je schaatsen als het koud is, of warm?
                Koud
                206Kapot... is dat heel of stuk?
                Stuk
                207Kerst is dat in september of december?
                December
                208Kim is 18 jaar en Peter is 32 jaar wie is er ouder?
                Peter
                209Kim is langer dan peter... is kim het langst?
                Ja
                210Komt er uit de kraan alleen warm water?
                Nee
                211Kruipen... is dat snel of langzaam?
                Langzaam
                212Kun je in een supermarkt kleren kopen?
                Nee
                213Kun je kleren eten?
                Nee
                214Kun je koek eten of drinken?
                Eten
                215Kun je melk eten of drinken?
                Drinken
                216Kun je met een auto rijden of vliegen?
                Rijden
                217Kun je met een lepel eten?
                Ja
                218Kun je met een mond zien of praten?
                Praten
                219Kun je met een neus ruiken of zien?
                Ruiken
                220Kun je met een vliegtuig vliegen?
                Ja
                221Kun je met geld betalen?
                Ja
                222Kun je op een stoel zitten?
                Ja
                223Kun je rijst eten of drinken?
                Eten
                224Kun je schaatsen als het koud is, of warm?
                Koud
                225Kunnen vogels vliegen of rijden?
                Vliegen
                226Legt een haan een ei?
                Nee
                227Mijn ouders hebben elf kinderen... hebben wij een klein gezin?
                Nee
                228Mijn vader is langer dan mijn moeder... wie is het langst?
                Vader
                229Noem een werkdag...
                maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag
                230Nu is het maandag, welke dag was het gisteren?
                Zondag
                231Piet is dunner dan Jan... wie is het dikst?
                Jan
                232Regen, is dat nat of droog

                تعليق


                • #9
                  232Regen, is dat nat of droog?
                  Nat
                  233Renate is 15 en Anne is 13... wie is er jonger?
                  Anne
                  234Rennen... is dat snel of langzaam?
                  Snel
                  235Sandra is zwaarder dan Kim... wie is het lichtst?
                  Kim
                  236Schaatsen... doe je dat als het koud is?
                  Ja
                  237Schijnt de zon 's nachts of overdag?
                  Overdag
                  238Schijnt de zon in de nacht?
                  Nee
                  239Schijnt de zon overdag?
                  Ja
                  240Schreeuwen is dat hard of zacht?
                  Hard
                  241Schrijf je met een pen of een berg?
                  Pen
                  242Slapen doe je in een...
                  bed
                  243Sneeuwt het in de winter of in de lente?
                  Winter
                  244Sneeuwt het in de winter of in de zomer?
                  Winter
                  245Staat een oven in de keuken?
                  Ja
                  246Tim is korter dan Jan... wie is het langst?
                  Jan
                  247Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga?
                  Buiten
                  248Valt er sneeuw in de zomer?
                  Nee
                  249Van welk dier komt wol?
                  Schaap
                  250Vandaag is het vrijdag... overmorgen is het?
                  Zondag
                  251Waar ga je naar toe als je ziek bent?
                  De dokter
                  252Waar ga je naar toe als je ziek bent?
                  Ziekenhuis
                  253Waar koop je kleren?
                  Winkel
                  254Waar moet je in de winkel betalen?
                  Cassa
                  255Waar overnacht je als je op reis ben, thuis of in een hotel?
                  Hotel
                  256Waar woon je?
                  Lima
                  257Waar woont een koning?
                  Paleis
                  258Waar woont u?
                  ik woon in ... lima
                  259Waar zijn meer dieren in het museum of in de boerderij?
                  Boerderij
                  260Waarvan wordt brood gebakken?
                  Meel
                  261Wanneer is de lunch?
                  's Middags
                  262Wanneer wordt je meestal wakker, 's-ochtends of 's-avonds ?
                  's ochtends
                  263Warmte... is dat droog of nat?
                  Droog
                  264Wat doe je aan je voeten?
                  Schoenen
                  265Wat doe je aan onder jou schoenen?
                  Sokken
                  266Wat doe je buiten aan als het koud is?
                  Jas
                  267Wat doe je in bad?
                  Wassen
                  268Wat doe je in de keuken?
                  Koken
                  269Wat doe je in een bed?
                  Slapen
                  270Wat doe je in een keuken?
                  Koken
                  271Wat doe je in een slaapkamer?
                  Slapen
                  272Wat doe je in je portemonnee?
                  geld
                  273Wat doe je met een boek?
                  Lezen
                  274Wat doe je met een bril?
                  Kijken
                  275Wat doe je met een glas?

                  تعليق


                  • #10
                    275Wat doe je met een glas?
                    Drinken
                    276Wat doe je met een handoek?
                    Drogen
                    277Wat doe je met een kam?
                    Kammen
                    278Wat doe je met een lepel?
                    Eten
                    279Wat doe je met een mes?
                    snijden
                    280Wat doe je met een nagelschaar?
                    Nagels knippen
                    281Wat doe je met een neus?
                    Ruiken
                    282Wat doe je met een oven?
                    bakken
                    283Wat doe je met een pen?
                    Schrijven
                    284Wat doe je met een schaar?
                    knippen
                    285Wat doe je met een vork?
                    Eten
                    286Wat doe je met een vork?
                    Prikken
                    287Wat doe je met een weegschaal?
                    Wegen
                    288Wat doe je met je mond?
                    Eten
                    289Wat doe je met je mond?
                    praten
                    290Wat doe je met je oren?
                    Horen
                    291Wat doe je met speelgoed?
                    Spelen
                    292Wat doen kinderen in een speeltuin?
                    Spelen
                    293Wat doen kinderen op school?
                    Studeeren
                    294Wat doet een bakker, brood bakken of melk maken?
                    Brood bakken
                    295Wat doet een bakker?
                    Brood bakken
                    296Wat doet een geit?
                    Mekkeren
                    297Wat doet een hond?
                    Blaffen
                    298Wat doet een paard?
                    Hinniken
                    299Wat doet een poes?
                    Miauwen
                    300Wat doet een schilder?
                    Schilderen
                    301Wat doet een vogel?
                    Vliegen
                    302Wat een kun je met een videocamera?
                    Filmen
                    303Wat gebeurt er met sneeuw als het warm wordt?
                    Smelt
                    304Wat gebeurt met sneeuw als het warm is?
                    Smelt
                    305Wat gebruik je met een spijker, een hamer of een pan?
                    Hamer
                    306Wat geeft een koe?
                    Melk
                    307Wat heb je nodig om te strijken?
                    Strijkijzer
                    308Wat is de eerste dag van de week?
                    Maandag
                    309Wat is de eerste maand van het jaar?
                    Januari
                    310Wat is de laatste dag van de week?
                    Zondag
                    311Wat is duurder... een trui van 15 euro of 30 euro?
                    30 euro
                    312Wat is eerder... acht uur of half negen?
                    Acht uur
                    313Wat is gezonder een sinaasappel of chocola?
                    Sinaasappel
                    314Wat is gezonder melk of limonade?
                    Melk
                    315Wat is gezonder snoep of fruit?
                    Fruit
                    316Wat is gezonder... patat of een peer?
                    Peer
                    317Wat is groter een kip of een schaap ?
                    Schaap
                    318Wat is groter een muis of een konijn?
                    Konijn
                    319Wat is groter, een boom of een plant?
                    boom
                    320Wat is groter, een paard of een hond

                    تعليق

                    انشري الموضوع

                    تقليص

                    المتواجدون الآن 1. الأعضاء 0 والزوار 1.

                    أكبر تواجد بالمنتدى كان 2,525, 26-09-2016 الساعة 21:58.

                    يعمل...
                    X